Terug

Wat kunnen we leren van Dotan en zijn trollenleger?

Dit blog verscheen eerder op Adformatie.

Afgelopen week was het weer zo ver: #ophef! Dit keer was muzikant Dotan de aanjager. Hij en zijn management vijzelden (jarenlang) systematisch zijn imago op, door met speciaal aangemaakte fake-accounts te reageren op alles wat met de zanger te maken had. Niet zo fris natuurlijk. Maar verbaast het ons echt? Not so much. Wat ik me vooral afvraag: (in hoeverre) gaat dit in Nederland opnieuw gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van sociale media?

De loftrompet die we met z’n allen de afgelopen tien jaar over social media staken, is inmiddels opgeborgen. De keerzijde van de ‘open’ en ‘democratische’ platformen heeft zich kei- en keihard laten zien. Facebook ligt onder vuur vanwege het schandaal met Cambridge Analytica en de byebyefacebook-oproep van Arjen Lubach. Tegelijkertijd is de toekomst van Twitter ongewis door de problemen die er op dat platform zijn met trollen en nep-accounts.

Privacy, openheid en fraude

De problemen die ik hierboven schets lijken op het eerste gezicht onder één noemer te vallen, namelijk: “social” is minder leuk dan we al die tijd dachten. Maar als je er iets langer over nadenkt zijn de problemen van Facebook en Twitter juist tegengesteld aan elkaar:

Facebook is alomtegenwoordig, en onze opgebouwde profielen over de jaren zijn overcompleet met persoonlijke informatie. Nu komen we er achter dat die info alle kanten opgaat en voor de meest bizarre doeleinden wordt gebruikt. Privacy = 0.

Versus…

Twitter is snel, makkelijk, lichtvoetig en vraagt vrijwel geen persoonlijke info bij het aanmaken van een profiel en bouwt dus databestanden op, gebaseerd op onze meningen. Op het eerste gezicht prettig voor de privacy-minnende gebruiker, maar direct gevolg is dat Twitter overspoeld wordt met trollen en fake-accounts. Te veel privacy, dus juist? Meer over de Twitter-trollen lees je in mijn blog over de toekomst van Twitter.

Dotan

Maar in de affaire Dotan (zo gaan we hier later op terugblikken), is een typisch Twitter-probleem overgewaaid naar Facebook: grootschalig gerommel met trollen. De zanger zelf, zijn management, de stagiair van dienst, wie het ook was: er zijn tientallen fake-accounts (op verschillende platformen) aangemaakt om Dotan, zijn muziek en lifestyle te bewieroken. Dat een ijdele zanger dit doet, daar sta ik niet van te kijken. Erger wordt het als de accounts Dotans ‘concurrenten’ kraken. Heb je geen zin om het artikel van De Volkskrant door te nemen? Hier kort op een rij wat Dotans trollenleger deed:

  • Positieve berichten over de zanger en zijn muziek verspreiden.
  • Verzonnen verhalen over liefdadigheidsacties die hij deed rondbazuinen (dit gaat zo ver als fictieve jeugdige leukemiepatiënten die “veel aan zijn muziek hebben”).
  • Nummers van Dotan pluggen bij radiozenders (aanvragen doen en positieve feedback achterlaten).
  • Concurrerende artiesten, voor zo ver je daar van kan spreken, naar beneden halen. In het ergste geval werd in een discussie het vermeende overgewicht van een zangeres uitgespeeld.

De les

Allemaal heftig natuurlijk, maar we kunnen en mogen hier niet verrast door zijn. De term trol is al zo oud als de weg naar Rome (pardon, de glasvezelverbinding van jouw locatie naar amsix) en afgelopen tijd kwamen de trollenlegers van Donald Trump en in calimero-versie die van Wierd Duk al ter sprake.

Het publieke debat, of dat nu gaat over politiek, cultuur, economie of wat voor onderwerp dan ook kán via social media in haar huidige vorm beïnvloed worden. En als we als sceptische mens één conclusie mogen trekken: de gelegenheid maakt de dief. Sceptisch zijn is natuurlijk niet goed. Toch is het wat mij betreft tijd dat we kritisch kijken naar de duistere en misschien wel inktzwarte kant van onze gekoesterde en extreem verslavende fris-blauwe appjes. De activiteiten die een doorsnee adverteerder op social media doet voor een commerciële partij, kun je ook doen met een politiek doeleind. Dan komen we uit bij Cambridge Analytica en soortgelijke partijen. En de grens tussen het toelaatbare en dat wat verboden is, is vaag. Wetgeving loopt nu eenmaal flink achter op digitale ontwikkelingen.

Hyves, Facebook, Instagram, LinkedIn, Twitter, YouTube en…?

De toegevoegde waarde die Hyves, Facebook, Instagram, LinkedIn Twitter en YouTube ons bieden of hebben geboden, die leveren we echt niet meer in. Maar de eerste uit dit rijtje laat ook zien hoe snel het kan gaan. Stapelt schandaal zich op schandaal? Biedt een concurrerend platform meer gebruiksgemak en betere features? En vooral, zitten mijn vrienden op een ander platform? Dan komt het razendsnel en vinden mensen een nieuwe digitale ontmoetingsplaats.

Eerlijk is eerlijk, zonder sociaal platform was de kans klein dat jij dit blog had gelezen. We zijn dus met z’n allen behoorlijk afhankelijk (en verslaafd) geraakt aan de nieuwe mogelijkheden. Maar de open discussie die nu woedt, nu weer van brandstof voorzien door Dotan en zijn minions, is wat mij betreft welkom. Wie weet is een sociaal platform 2.0 niet zo ver weg. Een platform dat gebruikers meer controle geeft, geen data slurpt voor duistere doeleinden of de hoogste bieder maar toch nuttige en leuke features biedt. En een beetje advertising is (zolang het redelijk blijft) wat mij betreft geen probleem. Maar ik zou ook best bereid zijn een kleine maandelijkse fee te betalen. What about you?

Persoonsgegevens zijn een betaalmiddel

In onze digitale samenleving zijn onze persoonsgegevens nu eenmaal een betaalmiddel. De EU probeert hier paal en perk aan te stellen, maar persoonlijk beheer ik graag mijn eigen portemonnee en dus ook mijn eigen data. Tegelijkertijd zie ik als social adverteerder ook niet graag dat mijn mogelijkheden beperkt worden. Best een moeilijke afweging! Ik wil graag pleiten voor het compromis. Doorgaan op de huidige voet lijkt me niet verstandig, maar #byebyefacebook gaat me ook te ver.

Regulering vanuit de overheid is belangrijk. Neem de GDPR-wetgeving als voorbeeld. Online marketeers kunnen bij de pakken neer gaan zitten (wat moet ik nu met mijn lijsten en databestanden? Hoe leg ik binnen mijn organisatie uit dat resultaten in kwantitatief opzicht minder worden), maar kunnen het ook omdraaien. Als ik jou, als klant, als gebruiker, als doelgroep, nu iets geef dat beter aansluit bij dat waar jij ooit op ingetekend hebt, wat dan? Komt dat onze relatie ten goede? Krijg ik wat ik aan kwantiteit inlever, terug in kwaliteit?

Lees Freek’s blog over #byebyefacebook

Share this:
>
Volgende blog Hoppa, laten we allemaal Facebook verwijderen! Toch?